RISICOVERHOGENDE FACTOREN

Trombose kan op veel manieren ontstaan. Een teveel aan bloedcellen of een tekort aan bepaalde remmers van de bloedstolling kan de oorzaak zijn van trombose. Andere factoren die de kans op trombose kunnen vergroten, zijn spataders, bepaalde kankers, zwangerschap, de anticonceptiepil, hormoontherapie en zwaarlijvigheid. 
 
Daarnaast kunnen door roken, een hoge bloeddruk, een hoog cholesterolgehalte of suikerziekte afwijkingen ontstaan van de bloedvatwand. Dit maakt de kans op het ontstaan van een bloedstolsel groter. Ook een trage bloedstroom, bijvoorbeeld na een operatie of bij langdurige bedrust, kan trombose veroorzaken.

DE BELANGRIJKSTE RISICOFACTOREN OP EEN RIJ:

 
1. De (anticonceptie)pil 
Anticonceptiepillen bevatten het hormoon oestrogeen. Oestrogeen zorgt voor een verlaging van bepaalde remmers van ons stollingssysteem. Daarmee ontstaat een verhoogd risico op trombose. Roken in combinatie met de (anticonceptie)pil verhoogt het risico op trombose.
 
2. Zwangerschap 
Zwangerschap verhoogt het risico op trombose. Dit komt doordat tijdens de zwangerschap de hormoonspiegel verandert. Ook de bevalling is van invloed op het risico op trombose: in het lichaam ontstaat aan de ene kant een ‘beschermingsproces’ waardoor het bloed meer stolbaar wordt. Hiermee wordt voorkomen dat er bloedingen ontstaan. 
 
Aan de andere kant wordt een proces opgestart dat er voor zorgt dat alle afvalstoffen worden afgevoerd. Dit proces zorgt voor veranderingen in het stollingssysteem die er juist voor zorgen dat een bloeding ontstaat. Ook tijdens de bevallingsperiode is het risico op trombose dus verhoogd. 
 
3. Bedlegerig zijn door ziekte, gips of na een operatie 
Ziek zijn zorgt ervoor dat de bloedcirculatie vaak niet optimaal is. Daarom is het belangrijk om tijdens deze periode zoveel mogelijk te bewegen. Hoe ernstiger de ziekte of immobiliteit, hoe groter de risico’s.