OORZAKEN VAN TROMBOSE

In 1856 beschreef de Duitse patholoog Rudolf Virchow drie oorzaken voor het ontstaan van trombose. Zijn bevindingen zijn tot op de dag van vandaag actueel. De drie belangrijkste oorzaken zijn:
 

1. BESCHADIGING VAN DE BLOEDVATWAND 

Is de bloedvatwand om welke reden dan ook beschadigd, dan kan dit de stolling op gang brengen en trombose veroorzaken. De bekendste afwijking van de bloedvatwand waarbij trombose kan ontstaan, is aderverkalking ofwel arteriosclerose. Bij aderverkalking is de bloedvatwand niet gezond. Hierdoor kan soms het stollingsproces op gang worden gebracht. 
 
De bouwmaterialen die in het bloed circuleren, worden door het beschadigde stuk bloedvatwand ‘misleid’ en aangezet om een stolsel te vormen in het bloedvat. Ook operaties aan het hart of de bloedvaten kunnen (tijdelijk) de kans op het krijgen van trombose verhogen, bijvoorbeeld omdat er lichaamsvreemd materiaal in het hart of het bloedvat wordt gehecht. 
 

2. VERTRAGING VAN DE BLOEDSTROOM 

Ook een vertraagde bloedstroom kan de stolling op gang brengen. Vertraging van de bloedstroom komt het meest voor in de aders van de benen en in het hart. In de benen is het ontstaan van een stolsel de oorzaak van een zogenaamd trombosebeen. Van dit stolsel kan een stukje afbreken en met het bloed worden meegevoerd naar de longen. Een longembolie is het gevolg. Bedlegerigheid, al dan niet na een operatie, kan een vertraagde bloedstroom in de benen geven. Daarom worden hierbij vaak medicijnen voorgeschreven om een trombosebeen en een longembolie te voorkomen. 
 
Ook in het hart kan trombose ontstaan bij een veranderde of vertraagde bloedstroom. Bijvoorbeeld bij een onregelmatige hartslag zoals bij boezemfibrilleren (atriumfibrilleren). Boezemfibrilleren betekent letterlijk ‘trillen van de boezem’. Het is de meest voorkomende hartziekte. Van alle mensen die bij de trombosediensten in Nederland worden aangemeld, heeft zo’n 40 procent last van boezemfibrilleren. 
 

3. VERANDERDE SAMENSTELLING VAN HET BLOED 

De bouwmaterialen van het stollingsproces – bloedplaatjes en stollingseiwitten – kunnen een aantal stoornissen vertonen. Door deze stoornissen verloopt het ingenieuze samenspel van deze bouwmaterialen tijdens het stollingsproces niet optimaal. Hierdoor wordt de kans op trombose verhoogd.
 
Deze stoornissen in het stollingsproces kunnen erfelijk zijn, maar dit is niet altijd het geval. Trombose zal niet snel optreden bij een gave bloedvatwand, bij normaal doorstromend bloed en bij een normale samenstelling van de stoffen die voor de bloedstolling zorgen.